Door Joris Leijten
Afgelopen zaterdag 27 april vierden we de verjaardag van Koning Willem - Alexander op Koningsdag. Het is onze Nationale Feestdag. In alle plaatsen in Nederland zijn vrijmarkten en traditionele kinderspelen als koekhappen, spijkerpoepen, sjoelen en ringsteken. Dat is typisch Nederlands. Overal hangen vlaggen met oranje wimpels uit en zijn mensen in het rood- wit- blauw en oranje gekleed, Oranjebitter en ranja, Oranjegebak en tompoezen.
Meisje Bloem vindt op zolder een postzegelalbum. Meisje Bloem speelt dat ze een brief is, waarop ze een postzegel moet plakken; een brief naar haar oma.
Continue Reading
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem ziet op zolder een lieveheersbeestje. Meisje Bloem zegt:
‘Het lieveheersbeestje moet naar buiten. Meisje Bloem bedenkt een plan: ik maak het dakraam open. Meisje Bloem zegt dan tegen het líeveheersbeestje: ‘Stap maar op mijn arm. Dat doet het lieve heersbeestje en dan loopt Meisje Bloem met hem naar het open raam. ‘Springen’, zegt ze, ‘maar pas op je knietjes.’ (42. Het dakraam) Meisje Bloem behoedt het beestje zelfs voor kapotte knieën. Je zou haar een bemoeial kunnen vinden, want ze bemoeit zich met alles. Een lieveheersbeestje zal zelf wel weten, wat hij moet doen, toch?
En dat blijkt. Meisje Bloem staat voor het raam te wachten tot hij springt. ’Durf je niet?’ vraagt ze. Meisje Bloem geeft het lieveheersbeestje een zetje.
Het lieveheersbeestje springt niet, maar hij maakt van zijn rode jas twee vleugels. Nu kan hij vliegen. Hij vliegt naar buiten. Zie je wel het lieveheersbeestje, heeft zijn eigen oplossing! Haar raad was niet nodig geweest. Maar ik op mijn beurt zeg: ‘Okay het lieveheersbeestje bedacht zélf dat het kon vliegen, maar als Meisje Bloem niet de moeite had genomen om het raam open te zetten, zat hij nu nog op die donkere zolder, zonder eten.
Continue Reading