Bloemetje 128. Oranje feestje.

Door: Joris Leijten
Meisje Bloem houdt van leuke feestjes.
Ze organiseert zelfs in haar eentje een extra verjaardagsfeestje op haar zolder compleet met slingers en een roltong en heeft veel plezier. Meisje Bloem is jarig vandaag. Hoe kan ik zien dat je jarig bent, Bloem? Meisje Bloem zegt: ‘ We moeten nog versieren.’ Meisje Bloem pakt de doos met de slingers. Ze maakt de slingers vast aan de zolder en ze steekt een papieren bloem in haar haar [..]
In de doos met feestspulletjes ligt een roltong. Meisje Bloem zegt: ‘Leuk, een roltong, die heb ik altijd al willen hebben’
Ze stopt de roltong in haar mond en blaast een hele lange tong met een hele lange pieeeeeeeeeeep … ‘Nu is het echt feest’, zegt ze.

Continue Reading


Bloemetje 127. Makkelijke mensen.

Door Clémence Leijten.
In het eerste verhaaltje van het prentenboek Meisje Bloem wordt Meisje Bloem voor gesteld: Ze heet Bloem, Meisje Bloem. Misschien heet ze ook wel Anne, of Alice, of Aagje, maar iedereen noemt haar Bloem. “Bloem” noemt haar vader haar omdat ze werd geboren op de eerste dag van de lente. “Wordt maar een mooie bloem”, zei hij.  (1. Meisje Bloem) Er wordt ook verteld wat Meisje Bloem bezighoudt. Meisje Bloem heeft altijd iets te denken. Dat zie je aan haar ogen. Dan kijkt ze in de verte. Als haar ogen donker worden, is ze boos. Haar ogen zijn ook wel eens nat, dan is Meisje Bloem verdrietig. En soms zijn de gaatjes in haar ogen groot, dan is ze bang. Maar meestal glimmen haar ogen, dan is Meisje Bloem blij. “Bloem heeft sprekende ogen zeggen mensen. Dat zeg je als je vindt dat ogen iets vertellen. De ogen van Meisje Bloem vertellen wat ze denkt in haar hoofd en wat ze voelt in haar buik. Wie denkt oordeelt. Daarom vind ik Meisje Bloem een mooi rijk kind. Ik vind mensen die niet oordelen namelijk makkelijke mensen. Het zijn mensen die een status -quo handhaven. De status-quo is de toestand waarin iets zich bevindt. Die status-quo kan fnuikend zijn, maar omdat iemand “niet oordeelt”, komt er geen afkeurende uitspraak. Anderzijds: de status-quo kan ook inspirerend zijn, maar dat wordt niet opgemerkt als iemand niet oordeelt. Er komt dan geen goedkeurende uitspraak; er komt geen compliment. Een wereld zonder oordeel is in mijn oordeel: armoe.

Continue Reading


Bloemetje 126. Vriendelijk.

Door Joris Leijten.
In een mooie recensie van ons nieuwe boek “Ben je boos pluk een roos…” van Biblion (Bibliotheekcentrale) staat een zin met een mooi begrip. Ik citeer:
 “
De verhaaltjes zijn in eenvoudige, vriendelijke stijl geschreven en zijn bedoeld om voor te lezen en samen te bespreken, met reflectievragen voor ouder en kind. ”

Een ‘vriendelijke stijl’ wordt hier gezegd. En daar ben ik heel blij mee. In het woord vriendelijk zit het woord “vriend”. Onze stijl van schrijven wordt beschouwd als een vriend; wij zijn een vriend ten opzichte van de mensen die onze tekst lezen. En dat willen we graag. Want een vriend is een gelijke, een vriend is iemand die je graag ziet. In tegenstelling tot iemand die een preek houdt, waar sprake is van een ongelijke positie van iemand die weet wat goed en niet goed is en een ander die dat niet weet en moet worden onderwezen. Een preker willen wij niet zijn, want er zijn veel meningen en die kunnen naast elkaar bestaan. Maar we vinden het wel fijn als die meningen worden uitgewisseld vandaar ons praatverhaal met in het boek de aantekening dat “het ontbreken een zogenaamd juist antwoord voorkomt dat het gesprek een leeractiviteit wordt, die moet leiden naar die ene ‘goede úitkomst.”
Wij maken géén leer-boeken.

Continue Reading


Bloemetje 125. Waarom?

Door Clémence Leijten. 
Meisje Bloem vindt tussen de dozen op zolder een dooie muis. Zijn velletje is verdroogd. Hij is een beetje ingedeukt. ‘Hij is dood’, zegt Meisje Bloem, ‘hij is helemaal stijf.’ Meisje Bloem denkt dat de muis verdwaald was. Ze zegt: ‘Het was donker en de muis kon de weg naar huis niet meer vinden. En hij had helemaal geen eten. En hij had ook dorst. En niemand kon hem helpen.’ Meisje Bloem neemt de dooie muis in haar handen. Ze aait het kopje. De muis is koud. (6. De dooie muis) Dood is voor kinderen als Meisje Bloem op zich niet zo erg. Want een muis kun je nooit eens op je gemak bekijken. Maar als hij dood is, ligt hij stil. Je kunt zijn velletje voelen en de pootjes. Je kunt voelen, dat hij koud is en stijf. Uit sprookjes weten ze, dat ook mensen dood gaan. Alhoewel kinderen de neiging hebben de dood te beschouwen als iets wat straks weer over zal zijn, omdat je immers ook in hun spel en in een sprookje dood kunt zijn en dan weer levend, zijn ze bang om het verlaten worden, dat de dood met zich meebrengt.

Continue Reading