Bloemetje 148. De regie hebben.

Door Clémence Leijten

Meisje Bloem rent de zolder op. Heb je haast, Bloem? Meisje Bloem zegt boos: ‘Ik moet van mijn moeder mijn kamer opruimen.’ Meisje Bloem wil niet opruimen. Meisje Bloem vindt haar kamer opruimen niet nodig. Bovendien wordt ze er moe van.                                                
Meisje Bloem denkt dromerig: ik was een prinses. Ze zegt: ‘Ik hoefde helemaal niks te doen. Iemand raapte mijn sokken op. Iemand zoog het stof. Iemand maakte mijn bed op. Het werd keurig netjes zonder mij.’  Meisje Bloem gaat moe zitten op een doos. Ze zegt: ‘Ik moet mijn kamer opruimen. Ik moet mijn bed opmaken. Ik moet mijn sokken oprapen.’ Meisje Bloem zegt; ‘Niet nu! Ik zal het wel doen, maar morgen.’
(22. Het niksje.) Meisje Bloem kan zich niet zetten nu op te ruimen. Ze is te moe om op te ruimen. “Ik ben Bloem, zo wil ik het doen” zegt Meisje Bloem altijd. Daarmee zegt ze, dat zij onafhankelijk wil bepalen wat er moet gebeuren. Ze wil niet dat haar moeder denkt voor haar. Je wilt onafhankelijk zijn, Meisje Bloem? Dat ben je als je de regie over je leven neemt. Maar… óók de regie neemt over de dingen, die je ‘niet’ kan.


“Onafhankelijkheid" is de regie hebben over de dingen van je leven. (Onafhankelijkheid is ‘niet’ de dingen op zijn beloop laten en wachten tot het schip strandt). Wat je kunt, doe je zelf. Wat je niet kunt? Daarvoor zoek je zélf oplossingen, meen ik, ook moeder. Als je dat doet, dan hoef ik niet meer voor jou te denken. En kan ik erop vertrouwen dat je hulp aan mij vraagt als dat nodig is. Dan ontspan ik.   

Ik heb in het woordenboek opgezocht wat “regie” betekent. Daar staat “regie” betekent: spelleiding. Opvallend vind ik het woordje “leiding”; je neemt de leiding. De leiding van alles, als je de regie hebt. Dus de leiding van wat goed gaat én de leiding van wat niet goed gaat. Als jij de leiding neemt, hoeft niemand meer voor jou te denken.

Wat je niet kan, daar voor vraag je hulp aan anderen als je de regie hebt. Dat laatste is iets wat je (nog) niet doet voor de rotzooi in je kamer. Als jij tegen mij zegt op momenten dat de rotzooi boven je hoofd groeit: wil je me helpen, dan kom ik je gewoon helpen. Dat is een normale situatie, omdat er altijd dingen zijn die je niet kunt; niemand kan zonder andere mensen, niemand kan altijd alles. Maar, uit wat je verteld maak ik op, dat dat tot op heden niet is gebeurd. Je vindt je kamer opruimen niet nodig, terwijl het er een rotzooi is. Ik wil niet dat de rommel op je kamer escaleert. En het hoeft niet want je kunt mij vragen. Maar je kunt ook je best doen om de spullen van de grond op te rapen. Of de stofzuiger te pakken uit de kast onder de trap. Je kunt de leiding nemen in dit probleem.

Okay, Meisje Bloem wat vind jij van mijn redenatie? Meisje Bloem heeft daar in het zelfde verhaal een antwoord op. Ze zegt: “Op ruimen is alles neerzetten zoals mijn moeder het wil. ‘Alle spulletjes moeten in de kast’, zegt mijn moeder. Maar dan vergeet ik ze, omdat ik ze niet zie.’ ” Meisje Bloem zegt: “Als alles opgeruimd is, heb ik niks om over na te denken.” Daar heb je een punt Meisje Bloem!

Meisje Bloem ontdekt dat ze kan vasthouden aan wat zij goed vindt. Meisje Bloem zegt dat ze van haar moeder haar spullen op moet ruimen maar dat wil ze niet. Meisje Bloem vindt opruimen niet nodig, morgen pas. Ze gaat daarom niet naar haar kamer om op te ruimen, maar ze gaat naar de zolder. De vader en de moeder halen Meisje Bloem daar niet weg. Ze vinden het goed dat Meisje Bloem vasthoudt aan wat zij goed vindt. Meisje Bloem heeft beloofd morgen op te ruimen. Meisje Bloem ontdekt dat grote mensen naar je luisteren en goed vinden wat je doet, als je uitlegt wat jij goed vindt.

Waar ik nu zo benieuwd naar ben: waar eindigt dit verhaal? Hoe loopt het af? Dit ter lering van mij zelf; mijn wellicht onterecht manen van mijn kinderen als ik dat nodig acht.