Bloemetje 32. Actief luisteren
Door Clémence Leijten.
Meisje Bloem is op zolder. Beneden roept haar moeder dat meneer en mevrouw Jansen gekomen zijn en dat Meisje Bloem hen moet komen begroeten. Meisje Bloem zegt: ‘Ik ga niet naar beneden.’ Meisje Bloem haalt haar neus op. Meisje Bloem zegt: ‘Meneer en mevrouw Jansen praten alleen met mijn vader en mijn moeder.’ Ze zegt: ‘Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit hoe ik heet. Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit wat ik leuk vind. Meneer en mevrouw Jansen vragen nooit wat ik denk.’ Meisje Bloem zegt: ‘Meneer en mevrouw Jansen denken dat ik een stoel ben. Met een stoel hoef je niet te praten’ (37. Een stoel). Deze scene uit het prentenboek is een aanklacht van een kind naar een volwassene: “Ze praten niet met me, ze luisteren niet.” Dodelijk is dat voor een kind. Ik proef in de houding van meneer en mevrouw Jansen de neerbuigende houding van ‘het is maar een kind, een kind kan nog niks’ en de norm ‘als de volwassenen praten moet een kind zwijgen’ en een cultuur waarin een kind moet aannemen dat ‘het is zoals het is’. Weten meneer en mevrouw Jansen wat ze aanrichten?