Even voorstellen

 

Het prentenboek

Meisje Bloem is een prentenboek voor kinderen en grote mensen over een meisje dat Bloem heet. Op zolder waar ze ongestoord zichzelf kan zijn, vindt zij dozen met spulletjes. Ze maakt in dit prentenboek verhalen bij die spullen. Die zijn soms ontroerend, soms verrassend, maar altijd geven ze een beeld van een meisje met een eigen kijk op de wereld. Die spullen vertellen haar over lang geleden, maar ze ontdekt door hen ook wie zij is. Het spoort haar aan verder na te denken en nieuwe verrassende dingen te doen. Meisje Bloem groeit van de spullen die ze vindt. Meisje Bloem kiest haar eigen weg. Ze is een originele denker. Dat komen we te weten door wat ze zegt over woorden die haar opvallen. ‘Eigen weg’,  zegt ze, ‘is als je wilt slapen met je hoofd op de plek van je voeten.’

Wellicht herkennen kinderen zich in Meisje Bloem en dan wordt Meisje Bloem een voorbeeld dat het kan: jezelf zijn. Meisje Bloem heeft een huis, ouders, een babybroertje, grootouders, buren, en vriendjes maar vooral haar zolder, met achter het zolderraam, de lucht. Die wereld van haar zolder is boeiend, inspirerend, maar buiten de zolder is de wereld niet altijd leuk. Die wereld kan leuker worden, als mensen luisteren naar wat Meisje Bloem te vertellen heeft.

 

De gedachten

Meisje Bloem vindt in dozen op zolder spullen die haar ouders hebben bewaard.  Die spullen op zolder vertegenwoordigen de wereld van gister waarop wij mensen van nu, voortbouwen. De interesse van Meisje Bloem wordt gevoed door de spullen die haar ouders en voorouders hebben bewaard, waarvan zij op haar beurt weer groeit. Haar vader noemde haar Bloem omdat ze werd geboren op de eerste dag van de lente. “Word maar een mooie bloem”, zei hij. Meisje Bloem komt tot bloei. Ieder kind, ieder mens kan een mooie bloem worden. Om dit besef sterker te maken, ontwikkelden de makers naast het prentenboek ook een lesboek, met daarin aanknopingspunten voor gesprekken, thuis of in de klas.

In het lesboek krijgt elk verhaaltje een eigen gespreksthema, bijvoorbeeld: kijken naar jezelf; vasthouden aan wat jij goed vindt; de grappige kant zien; delen; blij huilen. De thema’s vormen eigenschappen, die een kind, een mens, nodig heeft om zijn eigen weg te kunnen gaan.

Lees verder: 52 kernbegrippen om na te praten.

 

Meisje Bloem - Joris Leijten

Bloemetje  31. Geschiedenisles

Door Joris Leijten

Deze week is het Kinderboekenweek 2020 met het thema: “ En toen?,  over geschiedenis”. Alle voorwerpen op de zolder van Meisje Bloem hebben een geschiedenis. Ze zijn op een of andere manier belangrijk voor de ouders van Meisje Bloem om te bewaren voor de toekomst op de zolder. Dat weet Meisje Bloem. Ze vindt het spannend en leuk om op de zolder in de dozen te speuren naar de voorwerpen en vragen te stellen naar de geschiedenis van de voorwerpen. Ze stelt aan de hand van de voorwerpen zichzelf vragen en leert van de verhalen die ze bedenkt en speelt. Dat leidt weer tot nieuwe antwoorden.


Bloemetje 11. Bloem groeit.

Door Joris Leijten

Een lezer schreef mij dat ze getroffen was door de titel van dit prentenboek, die ook de naam, of beter: de bijnaam van de hoofdfiguur is. Hoe was die bijnaam ontstaan? De auteurs van het boek zeggen daar over, dat ze een meisje wilden beschrijven maar aarzelden over de naam die ze wilden geven. Ze dachten aan Anne, of Alice, of Aagje. Plotseling dachten ze aan de naam ‘Bloem’ of voluit ‘Meisje Bloem’. Zo ontstond het verhaal.  “Bloem” noemde haar vader haar omdat ze werd geboren op de eerste dag van de lente. “Word maar een mooie bloem”, zei hij. “Bloemen houden van mensen” is de leus die de bloemenbranche jaren geleden voerde: Meisje Bloem houdt van mensen.  De vergelijking van haar zelf met bloemen wordt door Meisje Bloem zelf ook gezien. Ze noemt de vergelijking bewust of onbewust in haar verhalen. In het verhaal van de vlinderdoos zegt ze tegen haar pop: ‘Ik ben Bloem en jij bent Vlinder.’ Meisje Bloem zegt: ‘Een vlinder vliegt altijd naar een bloem toe. Dus jij vliegt altijd naar mij. De pop lacht, hij vindt Vlinder een mooie naam (45. De vlinderdoos). In dat wat ze zegt, legt Meisje Bloem een relatie met een ander door middel van haar bijnaam en de naam die ze geeft aan de pop.


Bloemetje 15: Ik ben Meisje Bloem, zo wil ik het doen.

Door: Joris Leijten

Het proces van prentenboeken maken, leerde mij, dat het verhaal eigenlijk heel natuurlijk groeit. Het begint met een klein idee, dat door enthousiasme, passie en gedrevenheid uitgroeit tot een concept. Dat is in onze prentenboeken steeds een personage dat van alles meemaakt. Het begin is echter een grote puzzel, waarvan ik niet weet waar hij eindigt. Samen met Clémence Leijten heb ik vele malen overlegd over de vraag: wat kan Meisje Bloem op de zolder vinden? Welke diepere boodschap kunnen we meegeven in het gevonden voorwerp waarmee ze verder groeit? Welke vraag kan zij zichzelf stellen en welk antwoord kan ze hierop geven? Er zijn talloze versies van de teksten gemaakt, waarbij elk woord werd “geproefd” en “geslepen”, maar allengs kwam er structuur in en werden we tevreden. Vervolgens kwamen er drie tekeningen bij die het verhaaltje ook in beeld moesten overbrengen. Wat teken je wel en wat teken je niet? Je kunt alles tekenen, maar de gulden regel is dat je alleen tekent dat wat in het verhaaltje voorkomt. Al het andere leidt af van de boodschap.


Bloemetje 16. Rebellen en Dwarsdenkers

Door Joris Leijten.
Deze weken is het in Nederland, Boekenweek. Het thema is ‘Rebellen en Dwarsdenkers’.   De initiatiefnemers denken aan rebellerende dwarsdenkende schrijvers of aan rebellerende dwarsdenkende personages in de boeken die zij schreven. De Boekenweek is bedoeld voor volwassenen. Het prentenboek Meisje Bloem voor kinderen past voor mij in de volwassen Boekenweek omdat volwassenen het boek ook leuk vinden. Bovendien is Meisje Bloem een dwarsdenker omdat ze haar eigen weg gaat. Die weg kan verschillen van de weg die anderen gaan. Dat is confronterend voor wie vindt dat Meisje Bloem pas lief is als Meisje Bloem doet wat zij zeggen, zoals Oom Ben in het verhaaltje van de fopneus, (17. De fopneus) die haar niet-vriendelijk “eigenwijs” noemt en de buurman, en tante Bet en de meester van school (18. De spiegel) die haar opvoeden naar hun norm. Meisje Bloem zegt dat zij ook lief is, als ze doet, wat ze zelf graag wil.
Meisje Bloem kiest haar eigen weg. Ze is een originele denker. Dat komen we te weten door wat ze zegt over woorden die haar opvallen. ‘’ ‘Eigen weg’, zegt ze, ‘is als je wilt slapen met je hoofd op de plek van je voeten’.”


Bloemetje 21. Met plaatjes leren

Door: Joris Leijten 

In de Middeleeuwen waren er weinig boeken. De boeken die er waren, waren met de hand geschreven vooral door monniken. Tekst overschrijven was letterlijk “monnikenwerk”, het duurde heel lang. Aanvankelijk konden alleen de geestelijken lezen, maar langzamerhand konden de kasteelheren en andere adellijke lieden dat ook, maar zij hadden ook plaatjes nodig om te kunnen zien wat er bedoeld werd. Kunstenaars maakten voor de kasteelheren mooie kleine illustraties bij de teksten in de boeken. De nieuwe “miniatuurboeken”, zoals deze boeken genoemd werden, waren uniek; zij konden immers niet vermenigvuldigd worden. Pas in de 17 eeuw werden er methoden ontwikkeld om met stempels, plaatjes en teksten, te drukken op papier. Eerst gebeurde dat uitsluitend in zwart wit, later ook in kleur. Door deze boekdrukkunst konden veel meer mensen boeken lezen en door de plaatjes begrepen ze beter, wat er werd bedoeld.


Bloemetje 23. Nieuwe Normaal

Door: Joris Leijten

 We hebben het in deze tijd over het zogenaamde “Nieuwe Normaal”. Na een intense periode van een virus moeten we ons aanpassen aan een mogelijke nieuwe situatie met afstand houden, omkijken en veel schoonmaken. De vraag is of het nieuwe normaal ook een leukere wereld is ?  Voor Joleijt is “Een leukere wereld: een wereld waar men open is, gelijkwaardig bent, met zorg voor elkaar, creativiteit, passie voor de goede zaak staat én met het gevoel dat je alleen gemotiveerd leert.  Nu we bijvoorbeeld zo’n fundamentele nieuwe houding kunnen aannemen in de wereld van het nieuwe normaal, kunnen we tegelijkertijd ook andere keuzes maken. De keuze om je eigen wereld te verduurzamen met minder haast en winst bejag. Iedereen kan zijn eigen wereld leuker maken met zijn eigen moraal want de meeste mensen deugen. 


Bloemetje 26. Een totaal project.

Door Joris Leijten.

Veel mensen vinden het leuk dat de educatieve producten van Joleijt meer zijn dan alleen een prentenboek. Bij Madame Poubelle (2016),  Meneer Boek (2018) en Meisje Bloem2019) zijn direct bij het prentenboek een lesboek een meezingliedje en personage of act uitgebracht. Het lesboek, personage en andere producten hebben dezelfde basis van het prentenboek maar zijn toch aanvullend en uniek in hun soort en kunnen ook los van elkaar gebruikt worden. Er is over nagedacht. Ook zit er in vormgeving een overeenkomst in zowel de zwart-wittekeningen, manier van schrijven, vormgeving en lesmethode van drie “Een leukere wereld” figuren.

Na de uitgave Madame Poubelle kwam er uit de leerkrachten de vraag naar een kleurplaat van Madame Poubelle om met de leerlingen te kleuren. Deze hebben we gemaakt als zoekplaatmet elementen uit verschillende verhalen. Daarbij kwam ook een knippopje dat gekleurd kon worden  en in elkaar gevouwen/ geplakt kon worden.  Hiervan leren we ook weer en voeren we dan direct door op de andere figuren. Je blijft zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de figuren in te zetten en te promoten.


Bloemetje 29. Vragende Nieuwsgierigheid

Door Joris Leijten.

Bij kinderen kennen we de zogenaamde ‘waaromfase’. Tussen 3 en 4 jaar  ontdekken kinderen dat alles met vragen te beantwoorden is. Ze stellen zich bij alles wat ze doen de vraag: Waarom? Waarom moet ik naar bed? Waarom moet ik eten, waarom heeft een stoel 4 poten?  Soms tot ontsteltenis van de ouders en andere volwassenen die niet op elke vraag een goed kinderantwoord weten. Door het soms te veel aan vragen stellen en de ergernis van volwassenen daarover leren kinderen het helaas af om vragen te stellen. Hopelijk behouden ze wel hun nieuwsgierigheid en gaan ze zelf opzoek naar vragen en de antwoorden net als Meisje Bloem.


Bloemetje 3. Voorwerpen met verhalen.

Door Joris Leijten

Meisje Bloem vindt een boek met foto’s van mensen. De hoofden op de foto’s zijn bruin en ook de kleren. Gek, die bruine hoofden, Bloem! Meisje Bloem zegt: ‘Die hoofden zijn bruin omdat het oude foto’s zijn. Foto’s van vroeger zijn bruin.’ Meisje Bloem zegt: ‘De mensen kijken streng.’ ‘Ik denk niet dat ze aardig zijn’, zegt ze. (34. Fotoboek) In het prentenboek Meisje Bloem staat een kind centraal, een meisje.  Ze vindt op de zolder voorwerpen. Die voorwerpen dagen haar uit om ermee te spelen ondanks dat bijna geen van de voorwerpen die zij vindt ‘echt’ speelgoed is. De bruine foto’s uit het album zijn geen speelgoed maar door te kijken trekt ze conclusies dat de foto’s oud zijn en de mensen die erop staan niet aardig. Ze gebruikt de voorwerpen als speelgoed maar met een verrassende wending. De voorwerpen lijken het verhaal zelf aan Meisje Bloem te vertellen. Op het ene antwoord volgen een volgende vraag en antwoord. Meisje Bloem kijkt goed naar de voorwerpen en stelt zichzelf vragen: wat zij zouden kunnen zijn? Hoe zijn zij gebruikt geweest? Soms zijn de antwoorden dichtbij de oorspronkelijke betekenis, soms hebben de antwoorden een wending met een bijzonder verhaal.  Door een spel met het voorwerp te spelen op de zolder komt ze tot verdere inzichten en nieuwe vragen. Zo leert ze! Kinderen hebben spelen nodig om te groeien en soms moeilijke zaken een plaats te geven. Door mee te kijken naar het spelen kan een volwassene zelfs zien waar ze in hun gedachten mee bezig zijn.  Verlies, pijn, angst komen tot uiting in het spel.  Meisje Bloem gaat om met het verlies van haar opa die voor haar in de hemel woont. Meisje Bloem denkt na over de hemel. Meisje Bloem zegt: ‘De hemel is een huis voor dooie mensen. Het is een mooi huis en ze hebben het er goed en ze hebben nooit ruzie.’ Meisje Bloem zegt: ‘Mijn moeder zegt: “Ik weet niet of zo’n huis wel bestaat.” Maar ik vind het een goed idee, dan kan ik mijn opa tenminste ergens vinden. (8. Het trapje).


Bloemetje 34. Veilig thuis.

Door: Joris Leijten

Iedereen wil graag een veilig huis thuis. Een veilige plek waar je kan doen wat je wilt. Kinderen hebben ook zo’n veilige plek nodig, een plek waar ze zich binnen de huiselijke omgeving kunnen terugtrekken. Meestal is dat de eigen slaapkamer of een boomhut in de tuin. Voor Meisje Bloem is dat de zolder van haar huis. Het is de plek waar ze graag speelt, iets ervaart en zichzelf is. “Meisje Bloem wijst om haar heen. Er staan allemaal dozen met spulletjes. ‘Die spulletjes liggen te wachten’, zegt ze, ‘over die spulletjes denk ik na.’ Meisje Bloem zegt: ‘Het is leuk op zolder, maar soms wel een beetje eng.’ Meisje Bloem zegt: ‘De zolder is mijn liefste plek in ons huis. Ik ben er vaak. Niemand ziet me daar.’ Ze zegt: ‘Ik ben daar helemaal alleen. Ik kan op zolder doen wat ik wil’(2. De dozen).  Als we het prentenboek Meisje Bloem lezen, zijn we intiem te gast in haar domein. Het is haar plek die haar ouders accepteren en respecteren. Het is een plek waar ze kan weg dromen in haar eigen wereld en haar eigen waarheid.


Bloemetje 37. Gezellige decembermaand

Door: Joris Leijten

De decembermaand is er weer met zijn de donkere dagen voor kerst. Het wordt kouder. We trekken ons warm knus terug in onze huizen en we maken het gezellig binnen. Voor Meisje Bloem staat de decembermaand ook voor gezelligheid.  Als ze op zomaar een moment in het jaar de kerstboomlichtjes vindt op haar zolder,associeert ze die met ‘gezellig’. Ze maakt van een donkere warme deken een kleine hut op haar zolder en maakt het sfeervol met de aangestoken kerstboomlichtjes. Ze gaat er met haar pop gezellig in zitten. Ze vraagt zich af  ‘Wat is dat dan, gezellig? Meisje Bloem denkt na over gezellig. Meisje Bloem zegt: ‘Gezellig is dat je het warm krijgt als je om je heen kijkt. En als je denkt: wat is het prettig hier en dat je heel graag wilt blijven.’ Meisje Bloem zegt: ‘Gezellig kun je zelf maken.’(44 De kerstboomlichtjes). Dat is waar. Maar waarom wordt specifiek gedacht aan gezelligheid bij de koude decembermaand waarbij je het binnen thuis warm maakt rond de kerstboom met de lichtjes bij de open haard met lekker eten? Want gezelligheid kan ook op andere momenten worden ingezet. Bijvoorbeeld in de zomer bij een picknick op het strand of in de tuin. Waarom dan toch? Omdat gezelligheid extra warmte geeft en de kou buiten houdt.


Bloemetje 38. Nieuw(jaar)

Door: Joris Leijten.

Het is begin januari. Een nieuw jaar is aangebroken. Het is een afspraak dat op 1 januari het nieuwe jaar begint en we een bladzijde van de kalender van het vorige jaar omslaan. We wensen iedereen een gelukkig nieuw jaar en starten min of meer met een schone lei en maken nieuwe plannen. Meisje Bloem speelt graag nieuwe verhalen. In het boek zoekt ze nieuwe verhalen in een voor haar nieuwe doos op haar zolder. Ze is elke keer verrast wat er in zit de doos zit. Ze stelt zichzelf vragen om te achterhalen wat het is en vraagt zich af wat ze ermee kan spelen.


Bloemetje 41. Minder is meer

Door: Joris Leijten

Het proces van het maken van een kinderboek zoals ons prentenboek Meisje Bloem is naast een goed idee hebben, het verhaal bedenken en het schaven, proeven en polijsten van de teksten. Het idee is er als eerste. Ons uitgangspunt. In dit geval een meisje, Bloem, dat op ontdekkingstocht gaat op haar zolder. Daar gaat ze in dozen op zoek naar een verhaal waar ze van leert. Voor kinderen is het van belang dat het verhaal herkenbaar is en dat er herhaling in zit. Het vertelpatroon herhaalt zich daarom in elk van de 52 verhaaltjes. Maar toch zijn alle verhaaltjes verschillend. In elk verhaaltje vindt Meisje Bloem iets anders en wilden wij er onderhuids steeds een andere levensles in verwerken. Hiermee geven we de kinderen iets mee zonder dat we met het vingertje wijzen of te oordelen of iets goed of fout zou zijn. Als het idee sterk is volgen vanzelf andere associaties in het verhaal. Haar naam Bloem bijvoorbeeld leidt tot groeien, ontplooien, zaaien, oogsten en komt in veel verhaaltjes voor.


Bloemetje 42. Vertellen met poppen

Door: Joris Leijten

Meisje Bloem heeft net als veel kinderen een pop. Alle kinderen gebruiken poppen, grote of kleine (Lego)poppetjes. Om van zich af te praten. Om tegen  iemand te kunnen praten. Om met hen hun gedachten te verwerken. Meisje Bloem vindt een pop in een doos op de zolder. “Meisje Bloem pakt de pop. Ze vindt hem lief. ‘Jou kan ik net goed gebruiken’, zegt ze, ‘jij wordt mijn vriend.’ De pop kijkt blij. Daaruit begrijpt Meisje Bloem, dat de pop haar vriend is.    

Haar pop blijkt een gelijkwaardige vriend die precies zo doet als zij en een echte vriend is. Zij zegt: ”Een vriend is iemand die lijkt op mij. Hij is net zo aardig. Als ik lach, lacht hij ook. Als ik een snoepje pak zonder te vragen, pakt mijn vriend ook een snoepje Als ik zeg dat dat niet aardig is, dan vindt mijn vriend dat ook.(5. Een pop).Zij vertelt in het boek wat haar pop vertelt en vindt. De pop zegt wat zij wil vertellen; wat zij vindt. Immers haar vriend lijkt op haar. De pop denkt mee in de gedachten van Meisje Bloem. Die pop als evenknie van Meisje Bloem kom je op verschillende plaatsen in het prentenboek tegen en altijd reflecteert ze met hem. Het is soms veiliger om via  de pop te vertellen dan rechtstreeks, ervaart ze.


Bloemetje 43. Bewaren - waarden

Door: Joris Leijten
Meisje Bloem weet dat alle voorwerpen die op de zolder door haar ouders bewaard worden, waarde hebben. Ze weet nog niet welke waarden. Historische, financiële waarden, kunstzinnige of emotionele waarden. Feit is dat ze belangrijk zijn om te bewaren voor haar ouders. Meisje Bloem mag op de zolder struinen en zoeken naar de voorwerpen en hiermee spelen. Dit zijn de verhaaltjes in het prentenboek Meisje Bloem. Zo vindt ze bijvoorbeeld een stapeltje brieven “van Joop voor Klaartje”. Joop schrijft dat hij Klaartje lief vindt, denkt ze en wil trouwen: ‘Op een dag schrijft hij een mooie brief aan haar. Dat ze mooie haren heeft, en mooie ogen. Dat ze lief is. Dat hij een mooi huis heef en hij vraagt of ze bij hem komt wonen. Hij heeft ook een lieve hond.’ (7. De brieven) Meisje Bloem vindt zelf honden heel leuk en zij denkt dat Klaartje honden leuk vindt en daarom met hem wil trouwen. De brieven hebben een emotionele waarde.


Bloemetje 45. Voorlezen

Door: Joris Leijten
Prentenboek Meisje Bloem is uitermate geschikt om voor te lezen.
Het kan ook zelfstandig gelezen worden door kinderen, maar de zinnen zijn relatief lang en dan kost dat hen misschien nog veel moeite en snappen ze nog niet zo goed wat ze lezen. De tekst van het prentenboek is niet gekeurd door de Citogroep maar ik denk dat het lees-en begripsniveau minimaal AVI 5– CLIB 5 is. Dat betekent dat het prentenboek zelfstandig gelezen kan worden door kinderen pas in groep 5.
De nieuwe leesboekjes in de serie Vrolijk leren: “De marskramer” en
“Een winkeltje op mijn rug” van Joleijt zijn wél getest en makkelijker zelfstandig door kinderen te lezen, op niveau AVI M4 –CLIB 4. Deze boekjes kunnen al gelezen worden in groep 4. Het AVI niveau geeft het technisch leesniveau van een tekst aan. Hoe goed kan een kind de woorden in een tekst lezen. Het CLIB niveau geeft het begrijpend leesniveau aan. Hoe goed begrijpt een kind waar de tekst over gaat


Bloemetje 47. Vrijheid.

Door: Joris Leijten
Begin mei stonden wij allemaal even stil bij de vrijheid. Meisje Bloem heeft in het prentenboek expliciet niet over het begrip “vrijheid” gesproken. Mogelijk als ik nu aan het boek aan het schrijven was, had ik haar iets op zolder laten vinden dat haar deed nadenken over vrijheid. Welk voorwerp zou dat kunnen zijn? Ik kom op het vinden van een hangslot met een sleutel. Waar is het oude slot voor gebruikt? Dat slot verborg iets; iets dat niet werd vrijgegeven. Meisje Bloem houdt van open en vrij, dus gaat ze op zoek naar haar wereld achter dit slot. Mogelijk heeft het slot iemand gevangen gehouden. Die was niet vrij om te doen wat hij of zij wilde. De bekende vraag volgt: Maar Bloem wat is dat dan; wat is dat dan vrijheid? Haar antwoord zou ludiek en wijs zijn net als alle andere antwoorden in het boek. Ze zou zeggen: ‘Vrijheid is alles kunnen doen wat je zelf voelt en mag. Ik mag gek doen, springen op bed, zoveel snoepjes eten als ik wil. Niets zit achter een slot.”     


Bloemetje 49.  Tweestrijd

Door: Joris Leijten
Deze weken is de volwassen Boekenweek. De Boekenweek heeft het thema ‘Tweestrijd’. Meisje Bloem is voor alle leeftijden van 8 tot 88 jaar, zeggen we altijd, dus komt bij mij de vraag op : is het thema ook van toepassing op dit prentenboek.

Heeft Meisje Bloem een tweestrijd?  Ze heeft in elk verhaal een gesprek met een vragensteller. Elke keer is de vraag: ‘Wat is dat dan…?’ We laten in het midden wie deze vragensteller is:de lezer, een alwetende verteller/de schrijver of haar innerlijke ikke (lees: geweten).

Het is een dialoog met iets of iemand waarbij Meisje Bloem uitleg geeft over de vraag die haar is gesteld en ze over nadenkt in haar spel. De vragensteller corrigeert haar niet, wijst haar niet met het vingertje terecht. Zegt niet dat hetgeen dat ze verzint, niet goed is. De vragensteller heeft geen oordeel hierdoor. Er ontstaat geen echte tweestrijd, want Meisje Bloem krijgt gelijk in wat ze denkt.


Bloemetje 50. Wie zouden Clémence en Joris zijn?

Door: Meisje Bloem

Als "Meisje Bloem" ben ik heel trots op de Bloemetjes op de website www.meisjebloem.nl. Het zijn er nu al 50!
Elke twee weken, in twee jaar, is er een "Bloemetje" met een onderwerp uit het prentenboek Meisje Bloem van Clémence Leijten van Joris Leijten uitgekomen. Elke keer kijk ik ik er naar uit. Ik had niet verwacht dat mijn verhaal op onze zolder zoveel onderwerpen in zich had, die leuk zijn voor een blog. Mijn zolder is een kleine wereld met alleen ik en onze spulletjes en mijn vader en moeder, opa en oma en andere mensen beneden. Wie zouden Clémence en Joris zijn?

Graag wil ik een interview afnemen met kip. Zij zijn de schrijvers, tekenaar en vormgever van mijn prentenboek Meisje Bloem. Ik ben welkom in het huis van Clémence Leijten. Joris Leijten is er ook. We zitten in de gezellige huiskamer tussen de boekenkasten aan de wand. Er is limonade met lekkere appelkoosjes. Op de tafel liggen ook zwart-wit tekeningen van Clémence voor een nieuw leesboekje "Mijn erwtje". In de hoek staat een computer en werkt Joris aan het verhaal. Leuk dat ik hier mag zijn en dat u met mij wilt praten over het prentenboek. Willen jullie allebei antwoorden op mijn vragen. Mag ik je zeggen? Dat mag.


Bloemetje 57: Worden

Door Joris Leijten

De meest gestelde vraag aan kinderen is “wat wil je later worden? Het is een bijna zinloze vraag omdat de mening en interesses van kinderen zo snel wisselen. In elke fase van een kind zijn er andere interesses met mogelijk andere beroepen tot gevolg. Het is als volwassene wel leuk om de interesses van kinderen te volgen;maar grote mensen mogen kinderen niet vast pinnen op de antwoorden. Het is wellicht voor het kind daarom prettiger om als volwassenen alleen zelf te concluderen wat er in hun spel of hobby’s gebeurt. In het begin zijn ze heel erg met brandweerman, prinses of dieren bezig en later meer met koken of uiterlijk. Indirect worden kinderen voor hun uiteindelijke beroepskeuzes door de vraag ”wat wil je later worden” misschien beïnvloedt. Het is leuk dat de kinderen zich breed oriënteren en verschillende interesses beoefenen op gebied van sport, cultuur en spel en uiteindelijk een eigen keuze maken tot een beroep.


De makers



Clémence Leijten

Na haar opleiding aan de Sociale Academie van het Karthuizerplantsoen in Amsterdam, waar zij zich specialiseerde in cultureel werk, werd Clémence Leijten hoofd van de Buitendienst van het Tropenmuseum in Amsterdam. Daarna maakte zij als freelancer educatieve projecten voor basisscholen in Bussum, en was hoofdredacteur van “Kinderkrant”, het blad van de Regionale Werkgroep Kindercentra. Later studeerde zij psychologie aan de Open Universiteit, startte haar eigen cursuspraktijk en publiceerde boeken over maatschappelijk welzijn en de kracht van burn-out, uitgegeven bij Ten Have (Kampen) en Boom (Amsterdam). In 2016 realiseerde zij met Joris Leijten een succesvol project Madame Poubelle bestaande uit een door hen geschreven en getekend prentenboek met een lesboek De boodschap van Madame Poubelle. Dit project is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 7 jaar, maar wordt ook gewaardeerd door volwassenen. In 2017 verscheen de tweede druk.
Het project Meneer Boek (2018) was opnieuw een gezamenlijk initiatief van Clémence Leijten en Joris Leijten voor kinderen in de leeftijd van 5-9 jaar. Naast het prentenboek Meneer Boek   verscheen ook een lesboek Het verhaal van Meneer Boek. Beide prentenboeken vormen een reeks, getiteld Een leukere wereld. In de deze reeks is anno 2019 een nieuw boek verschenen Meisje Bloem met ook een lesboek De gedachten van Meisje Bloem en geschreven en getekend door dezelfde auteurs.  
Motivatie:lezing Clémence Leijten bij de boekpresentatie van Meisje Bloem, Thiemeloods Nijmegen, 30 maart 2019.

Joris Leijten

Na zijn opleiding Museologie en Erfgoedstudies aan de Reinwardt Academie in Amsterdam (specialisatie publieksbegeleiding en educatie) begon Joris Leijten voor zichzelf met Joleijt, educatieve producten. Hij maakte onder meer een project over de Tsjechische filosoof en pedagoog Comenius voor basisscholen in 't Gooi, een schoolproject in het kader van omgevingseducatie over oude boerderijen in Laren (NH), vier lessen voor basisscholen over Rembrandt van Rijn met aansluitend een rondleiding in het Rijksmuseum, speurtochten voor jonge bezoekers van de vesting Naarden in het kader van Open Monumentendag, Bouw zelf een stad, een workshop voor kinderen van het basisonderwijs. Vanuit zijn interesse in Nederlandse geschiedenis en materieel erfgoed, was Joris Leijten van 2013 tot 2016 verantwoordelijk voor communicatie bij de Stichting en het Festival “Gebroeders van Lymborch” te Nijmegen. In 2017 ontwikkelde hij cursussen voor vrijwilligers van deze Stichting onder de titel Lering en Vermaeck.
Eerder publiceerde hij het Madame Poubelle (2016) prentenboek, geschreven en getekend door Clémence Leijten met daarbij een lespakket De boodschap van Madame Poubelle.  Het project Meneer Boek  in 2018 was een gezamenlijk initiatief van Joris Leijten en Clémence Leijten. Het nieuwe prentenboek Meisje Bloem  en ook een lesboek De gedachten van Meisje Bloem zijn van hun hand en werden uitgegeven door Joleijt. Joleijt richt zich op educatieve producten over maatschappelijk betrokken onderwerpen, onder andere via de reeks Een leukere wereld. Joleijt, educatieve producten is te bereiken op Joris@joleijt.nl